Het is 07.08 uur. Een willekeurige donderdagmorgen, ergens in Hilversum. Vrouw-met-baan heeft net de voordeur dichtgeslagen, dochter-van-13 staat een half uurtje onder de douche, tienerzoon slaapt luidruchtig door (altijd de eerste uren vrij, hoe-die dat flikt begrijp ik niet) en vader zit op de rand van het bed, terwijl zijn tenen hun ochtendgynastiek doen. De wekkerradio doet zijn best om het vernieuwde format van de nieuwszender nou eindelijk eens lekker uit de luidspreker te persen.
Sluimerend in Toscane, doelloos dobberend in de Cariben of bouwend aan uw nieuwe toekomst in Letland of Rotorua bent u ’s morgens vroeg waarschijnlijk met hele andere dingen bezig. Maar wij niet. Zo komen wij, de Veenendaaltjes, meestal op gang. Geleidelijk en apart; vóór tienen hebben wij weinig met elkaar te maken.
De wekkerradio doet verslag van het laatste televisiedebat tussen Barak Obama en John McCain. Ik blijf er al jaren niet meer voor op. Maar op de radio wil ik, de dag erna, best graag een stukje nagenieten. Ene Joe speelt een grote rol in het debat. Joe de Loodgieter. Hij wordt door McCain héél vaak van stal gehaald als een soort poppenkastpop, door wiens mond McCain al zijn kritiek op Obama kan ventileren, alsof de kiezer zelf aan het woord is.
Zoiets dus, hadden de campagnestrategen van McCain bedacht. De oude baas deed braaf wat hem voor gezegd was. Joe the Plumber this, Joe the Plumber that... Wel 24 keer. Ik krijg echt het gevoel dat ik naar Radio Sesamstraat zit te luisteren.
Dochterlief heeft de douche inmiddels verlaten. Ik hoor haar kamerdeur sluiten. Nu kan ik rustig de badkamer in, zonder het risico van een wederzijds confronterende ontmoeting wegens uitpuilende of ontluikende lichaamsrondingen, waar wij beiden zelf het meest last van hebben. Terwijl de hemel zich opent boven Hilversum, en een wolkbreuk van onze luie straat een woeste rivier maakt, stap ik onder die vertrouwde warme badkamerbui, die elke morgen de laatste restjes slaap wegspoelt.
Nauwelijks afgedroogd en half aangekleed hoor in mijn dochter roepen, op dat dwingende toontje dat ze onbewust, waarschijnlijk geheel genetisch van haar moeder heeft meegekregen. “Pap kom ‘s!” Wat is er dan, probeer ik. Maar ik hoor mijn vrouw, soeverein en dwingend: “Je moet nú komen.” Ik stap naar buiten en volg haar blik, naar de werkkamer. Of beter, naar het plafond van de werkkamer. Daar hangt een lamp met een soort omgekeerde matglazen fruitschaal eronder, waar langzaam maar onmiskenbaar water in druppelt.
Mijn dochter heeft aan haar meldingslicht voldaan en verdwijnt uit beeld. Ze heeft waarachtig wel iets belangrijkers te doen. Ik staar verbijsterd naar het plafond. Water en stroom, maar nog geen kortsluiting. Ik doe het licht uit. Onderzoek met zaklantaarn wijst uit dat het dak ergens lekt en dat het water langs listige, onpeilbare wegen in het plafond van de tweede verdieping een uitweg zoekt.
Ik bedek de zoldervloer met handdoeken en ga telefonisch op zoek naar hulp. Een uur en twee pagina’s Gouden Gids later ben ik nog niet veel verder. Op zo’n moment wil je, als je zelf geen plumber bent, graag de beste vriend van Joe zijn. Even tussendoor, Joe. Noodgevalletje.
Maar in Nederland lukt dat niet. Al lang niet meer. Toen ik 7 jaar geleden met mijn gezinnetje terugkeerde na een paar heerlijke jaren in Vlaanderen, leerden we een harde les. De loodgieter in Nederland komt als hij daar zin in heeft en anders niet, meneer. Dat klusje van mij is de moeite niet waard. Misschien heeft hij over een week of zes even tijd. Maar meestal laat hij niets meer van zich horen. Werk zat, loodgieters niet. Zucht. Waar is Joe als je hem nodig hebt?
Posts tonen met het label presidentsverkiezingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label presidentsverkiezingen. Alle posts tonen
vrijdag 17 oktober 2008
vrijdag 11 januari 2008
Emocratie
Democratie is prachtig. Vooral met een blokje kaas en een goed glas wijn erbij. Fascinerende televisie, die Amerikaanse presidentsverkiezingen. Ook al duurt het nog bijna een jaar voor we weten wie die hondenbaan gaat overnemen van George W. Bush. Wordt het Obama, Hillary, of gewoon toch weer een Republikein? Het kan me persoonlijk niet meer zoveel schelen. Na een jaartje in het Witte Huis lijken ze allemaal al weer aardig op hun voorganger. Maar het kijkspel wordt er niet minder boeiend op.
Vroeger, als beginnend redacteurtje van een grote regionale krant, leefde ik ook inhoudelijk enorm mee. Gulzig las, luisterde en bekeek ik alles wat met de strijd om het Witte Huis te maken had. Voor mijn lezertjes in Noord-Holland analyseerde ik de titanenstrijd in Washington met een gezag dat nog niet was aangevreten door de twijfel, die met de jaren onverbiddelijk de kop opsteekt.
In 1984 trad de Democraat Walter Mondale samen met zijn vrouwelijke running mate Geraldine Ferraro in het strijdperk tegen de zittende president Ronald Reagan en vice-president George Bush, ja, de vader-van. Tegen beter weten in hoopte ik op een spannende verkiezingsnacht. Groot was dan ook mijn vreugde toen de NOS trots aankondigde dat ze die nacht live het verkiezingsprogramma van de Amerikaanse zender ABC zouden uitzenden. Dat werd smullen, want live meekijken met de Amerikaanse televisie, dat wàs wat in die tijd.
Gewapend met donuts en koffie zette ik mij diep in de nacht voor de buis, net als tienduizenden andere Amerika-gekken in dit land. Reagan won met twee vingers in de neus, maar dat was nog niet eens het ergste. De hele nacht door, soms op de spannendste momenten, kwam NOS-presentator Pieter de Vink er hinderlijk doorheen om ons met engelengeduld uit te leggen hoe het Amerikaanse kiesstelsel in elkaar zit. Alsof we dat niet wisten, wij die er een nachtrust voor hadden opgeofferd! Wèg dat gevoel dat je er zelf middenin zit. Ik kan er nog kwaad om worden.
Inmiddels, ik zei het al, gaat het me wat meer om het spel dan om de knikkers. Tuurlijk, het maakt voor ons in Nederland en Europa veel verschil wie er in het Witte Huis woont. We hebben het nog steeds over het machtigste land ter wereld. De economie, de dollar, oorlogen in Afghanistan en Irak, we hebben er allemaal rechtstreeks mee te maken.
Maar dat verklaart nog niet we hier zó massaal, en al zó ver van tevoren willen meegenieten van de race om het Witte Huis. Dè nieuwszender van Nederland opende dinsdagmorgen de uitzending met de eerste uitslagen van de voorverkiezingen uit een klein dorpje in New Hampshire. Televisie en kranten stonden dagenlang bol van de verrassende overwinning van Hillary. En er is zelfs een heuse Nederlandse kieswijzer op internet beschikbaar, die mij na het beantwoorden van 25 vragen aanraadt om op John Edwards te stemmen.
Vergelijk al die opwinding eens met de aandacht die de verkiezingen in belangrijke naburige landen als Frankrijk, Duitsland of Rusland bij ons krijgen, en je zou denken dat wij de 52ste staat van de Amerika zijn. Maar niet alleen wij, ook elders in de westerse wereld staan de media bol van de Amerikaanse verkiezingsstrijd.
Dat kan te maken hebben met de media zelf. De internationale pers is traditioneel nogal Angelsaksisch georiënteerd. Daardoor komt er een stortvloed van verhalen, geluiden en beelden op de Nederlandse redacties terecht en gaan we blijkbaar vanzelf denken dat het een extreem belangrijk onderwerp is. Zoals een spectaculair ongeluk in Amerika hier wel het Journaal haalt en een nog groter ongeluk in India niet. Alleen maar omdat er uit Amerika dramatische beelden beschikbaar zijn.
Nog belangrijker lijkt me de extreme focus op de menselijke kant van de Amerikaanse presidentskandidaten. Het zweten van Nixon, de vrouwen van Kennedy, de blunders van Reagan, domheid van Quayle, de sigaar van Clinton, de gestolen zege van Bush, de snik van Hillary… We smullen er van. Emocratie is prachtig.
Vroeger, als beginnend redacteurtje van een grote regionale krant, leefde ik ook inhoudelijk enorm mee. Gulzig las, luisterde en bekeek ik alles wat met de strijd om het Witte Huis te maken had. Voor mijn lezertjes in Noord-Holland analyseerde ik de titanenstrijd in Washington met een gezag dat nog niet was aangevreten door de twijfel, die met de jaren onverbiddelijk de kop opsteekt.
In 1984 trad de Democraat Walter Mondale samen met zijn vrouwelijke running mate Geraldine Ferraro in het strijdperk tegen de zittende president Ronald Reagan en vice-president George Bush, ja, de vader-van. Tegen beter weten in hoopte ik op een spannende verkiezingsnacht. Groot was dan ook mijn vreugde toen de NOS trots aankondigde dat ze die nacht live het verkiezingsprogramma van de Amerikaanse zender ABC zouden uitzenden. Dat werd smullen, want live meekijken met de Amerikaanse televisie, dat wàs wat in die tijd.
Gewapend met donuts en koffie zette ik mij diep in de nacht voor de buis, net als tienduizenden andere Amerika-gekken in dit land. Reagan won met twee vingers in de neus, maar dat was nog niet eens het ergste. De hele nacht door, soms op de spannendste momenten, kwam NOS-presentator Pieter de Vink er hinderlijk doorheen om ons met engelengeduld uit te leggen hoe het Amerikaanse kiesstelsel in elkaar zit. Alsof we dat niet wisten, wij die er een nachtrust voor hadden opgeofferd! Wèg dat gevoel dat je er zelf middenin zit. Ik kan er nog kwaad om worden.
Inmiddels, ik zei het al, gaat het me wat meer om het spel dan om de knikkers. Tuurlijk, het maakt voor ons in Nederland en Europa veel verschil wie er in het Witte Huis woont. We hebben het nog steeds over het machtigste land ter wereld. De economie, de dollar, oorlogen in Afghanistan en Irak, we hebben er allemaal rechtstreeks mee te maken.
Maar dat verklaart nog niet we hier zó massaal, en al zó ver van tevoren willen meegenieten van de race om het Witte Huis. Dè nieuwszender van Nederland opende dinsdagmorgen de uitzending met de eerste uitslagen van de voorverkiezingen uit een klein dorpje in New Hampshire. Televisie en kranten stonden dagenlang bol van de verrassende overwinning van Hillary. En er is zelfs een heuse Nederlandse kieswijzer op internet beschikbaar, die mij na het beantwoorden van 25 vragen aanraadt om op John Edwards te stemmen.
Vergelijk al die opwinding eens met de aandacht die de verkiezingen in belangrijke naburige landen als Frankrijk, Duitsland of Rusland bij ons krijgen, en je zou denken dat wij de 52ste staat van de Amerika zijn. Maar niet alleen wij, ook elders in de westerse wereld staan de media bol van de Amerikaanse verkiezingsstrijd.
Dat kan te maken hebben met de media zelf. De internationale pers is traditioneel nogal Angelsaksisch georiënteerd. Daardoor komt er een stortvloed van verhalen, geluiden en beelden op de Nederlandse redacties terecht en gaan we blijkbaar vanzelf denken dat het een extreem belangrijk onderwerp is. Zoals een spectaculair ongeluk in Amerika hier wel het Journaal haalt en een nog groter ongeluk in India niet. Alleen maar omdat er uit Amerika dramatische beelden beschikbaar zijn.
Nog belangrijker lijkt me de extreme focus op de menselijke kant van de Amerikaanse presidentskandidaten. Het zweten van Nixon, de vrouwen van Kennedy, de blunders van Reagan, domheid van Quayle, de sigaar van Clinton, de gestolen zege van Bush, de snik van Hillary… We smullen er van. Emocratie is prachtig.
Labels:
column,
peter veenendaal,
presidentsverkiezingen,
VS
Abonneren op:
Posts (Atom)
