vrijdag 20 april 2007

Seks

Altijd goed voor de luistercijfers en de hits op internet, zo’n titel als ‘Seks’. Gelukkig gaf de firma Durex me afgelopen week ook een journalistieke dekmantel voor het onderwerp. De condoomfabrikant liet 26.000 mensen in 26 landen ondervragen over hun liefdesleven en publiceerde daarover een rapport. Persbureaus, kranten, internetsites en omroepen toonden zich de beroerdste niet en besteedden heel wat redactionele aandacht aan dit semi-wetenschappelijke werkstukje. Die weten namelijk heus wel wat verkoopt, en wat niet.

Handige zet van Durex trouwens, dat periodieke wereldwijde onderzoek. Veel media-aandacht en stukken goedkoper dan advertenties plaatsen. Maar over de wetenschappelijke waarde van zo’n onderzoek valt nog wel boompje op te zetten. Want stel nou dat de onderzoekers erachter waren gekomen dat de meeste mensen liever zonder dan mèt condoom vrijen. Zou de firma Durex dat in de conclusies hebben opgenomen? Ik moet het nog zien.

Met de nodige reserve kijk ik dus naar de conclusies van het onderzoek, door Het Parool bondig samengevat onder de kop: Seks: liever lang dan vaak. Speak for yourself, zou ik zeggen. Want wat moet je met zo’n conclusie? Zij die wat vaker zin moeten maken weten zich misschien getroost door de wetenschap dat ze niet alleen staan (of liggen) maar voelen zich óók meteen weer verplicht om er behoorlijk werk van te maken, àls ze eenmaal in de armen van Eros belanden. Want dat staat erbij: het moet lang, liefdevol en vol romantiek, volgens de ondervraagde Nederlanders.

‘Lang’ blijkt in dit verband trouwens een relatief begrip, want wij Nederlanders doen er op de kop af 20 minuten over. Twee minuten langer dan het wereldgemiddelde, dat wel, maar lang lijkt me in dit verband wat overdreven. Wel redelijk vaak. Om met Kees van Kooten te spreken: ons moyenne qua kieren ligt op 94 keer per jaar. Eens kijken: 94 keer, maal 20 minuten, maal pak ‘m beet 50 jaar is 1500 uren seks per Hollandsch mensenleven. Bijna negen weken aan één stuk door. Kijk, dat is pas lang!

En dat cijfer zal alleen maar oplopen, want uit ander onderzoek bleek deze week dat jonge kinderen op school steeds vaker openlijk seksueel gedrag vertonen. Onderzoekers wijzen ter verklaring van dat fenomeen naar de moderne massamedia. Dat lijkt logisch. Waar wij, broeierige tieners vroeger in de beslotenheid van het fietsenhok beduimelde exemplaren van Chick en Candy aan elkaar doorgaven, zo ziet mijn zoon van veertien tegenwoordig dagelijks op MTV en internet videobeelden langskomen die nog maar weinig aan de rijke fantasie van een puber overlaten.

Volgens pedagoog Mischa de Winter van de Universiteit van Utrecht is het allemaal niet zo’n ramp. Ouders en scholen moeten duidelijk te maken dat volwassenen in het gewone leven anders met elkaar omgaan dan in videoclips en op internet wordt voorgesteld, zegt De Winter.

Dat lijkt me niet zo moeilijk. Pubers kunnen zich sowieso niet voorstellen dat hun ouders ook maar iets meer met elkaar zouden doen dan een vluchtige zoen op de wang. En ook het Durex-onderzoek zal de hormoonhuishouding van jongeren niet echt ontregelen. Dat concludeert dat de vonken er niet meer vanaf spatten in de Nederlandse slaapkamers. Het ontbreekt aan avontuur, libido en interesse. Als dat zo is vallen die 20 minuten en die 94 keer per jaar me nog reuze mee. De condoomfabrikant adviseert ons om wat uitgeruster tussen de lakens te kruipen, meer te experimenteren met seksspelletjes, meer tijd te nemen voor ons liefdesleven en meer plezier met elkaar te maken. Ja, ja. Goed voor onze score in het volgende Durex-onderzoek. Maar je moet er niet aan denken wat dat met onze kinderen zou doen.

vrijdag 9 maart 2007

Familiedrama

Het was een zaterdag in april, bijna twee jaar geleden. Mijn mobieltje piepte. Een alarmbericht van het persbureau: Vijf doden bij schietpartij in Hilversum. Het stond er echt. Vijf doden. Schietpartij. Hilversum, míjn stad. Mijn vaderhart won het van journalistieke instincten. Zijn de kinderen binnen? Hebben we knallen gehoord? Sirenes? Is het rustig op straat?

Pas daarna klom ik als koene reporter op de fiets, richting centrum. Na amper drie straten werd ik tegengehouden door een rood-wit lint, waarachter zich tientallen Hilversummers hadden verzameld die allemaal keken en wezen naar een klein, onooglijk en half vervallen arbeiderswoninkje langs een drukke straat, aan de rand van het centrum. Een wit huisje met gele kozijnen. Daarbinnen was iets vreselijks gebeurd, dat was duidelijk.

Achter het lint liepen politiemannen. Boze politiemannen. Met nauwelijks verholen woede hielden ze nieuwsgierigen, fotografen en cameramannen op afstand. De sfeer was bizar. Het publiek zweeg, geïmponeerd. Een dikke deken van drama hing over de mediastad.

De woede van de agenten werd korte tijd later verklaard. Het was frustratie, onbegrip, onmacht. Een van hun collega’s, die in dat huisje woonde, had zijn drie kinderen, zijn vrouw en zichzelf van het leven beroofd met zijn dienstpistool. De agenten waren binnen geweest. Geharde mannen en vrouwen, op zoek naar stille getuigen waarmee het drama kon worden gereconstrueerd en verklaard.

Dat Hilversumse tafereel welde messcherp in me op toen dinsdag weer zo’n alarmmelding binnenkwam. Meerdere doden bij familiedrama Hengelo (Gld). Een vader had zijn beide kinderen en zijn vrouw omgebracht en daarna een mislukte poging gedaan zichzelf van het leven te beroven. Misschien volgde hij in al zijn onmacht wel het voorbeeld van die vrouw in het Belgische Nijvel, die amper een week eerder haar vijf kinderen met een mes had gedood. Alleen haar oudste, een meisje van veertien, had zich verzet.

Onwillekeurig probeer ik me voor te stellen hoe die laatste minuten van zo’n familiedrama verlopen. Het is te erg. Ik wil het niet weten, hooguit begrijpen.
Hoeveel waanzin past er in één hoofd? Hoeveel gekte is er nodig om je dierbaarste herinneringen als ouder opzij te zetten? Die eerste blik van herkenning, die overmannende trots bij de eerste stap, dat eerste woord, dat onvoorwaardelijke vertrouwen en die vlucht in je veilige armen bij dreigend onraad. Kan je dat gevoel kwijtraken? Kan er iets sterker zijn dan dat?

Waarschijnlijk ben ik – gelukkig – toch zó gelukkig dat ik me die wanhoop niet kan voorstellen. De uitzichtloosheid, dat zwarte gat. Het hartverscheurende gevoel dat je je verantwoordelijkheid niet kunt waarmaken. Dat je je kinderen geen mooie toekomst kunt geven en dan maar beter met je mee kunt nemen in je vlucht naar een andere wereld. Alles beter dan dit... Zoiets, misschien. De reden is met moeite te bevatten, maar de realisering van die wanhopige gedachtekronkel, de daad, nee, dat niet...

Nederland is een prettig land. Een land waar geen autobommen ontploffen, waar geen oorlog is en waar je niet hoeft te verhongeren. Hier maakt men zich druk over bewindslieden met twee paspoorten. Maar het is ook het land waar een gezinsvoogd wordt vervolgd omdat ze niet ingreep, waardoor een ontspoorde moeder haar driejarige dochter Savannah kon mishandelen tot ze stierf. Een land waar sinds 1998 28 jonge kinderen zijn omgebracht in 13 familiedrama’s. Een land, kortom, als vele andere, waar de liefde het soms verliest van de wanhoop.

Vanmorgen fietste ik, als alle dagen, langs het witte huisje met de gele kozijnen. Het staat nog altijd leeg.